Doctoraat: leukemie bij kinderen (2011 – 2016)

Op 30 mei 2016 promoveerde ik tot Doctor in de Gezondheidswetenschappen aan de Universiteit Gent. In onderstaande flyer (drieluik, klik voor grotere versie) wordt het onderzoek uitgelegd in vier vragen en vier eenvoudige antwoorden. Wie zin heeft in wat meer detail nodig ik uit de tekst onder de flyer te lezen. Voor nog meer detail, contacteer mij gerust.

flyer-binnekant-kleur

flyer-voor-kleur

Eén man op drie en één vrouw op vier krijgt in België een kankerdiagnose voor zijn of haar 75ste verjaardag. Kanker ontstaat wanneer een lichaamscel op hol slaat en begint te vermenigvuldigen wanneer dat niet gewenst is. De resulterende tumor kan zich bevinden op allerlei plaatsen in het lichaam, van de borst tot de prostaat. Een tumor kan echter ook ‘vloeibaar’ zijn en in het bloed voorkomen; in dat geval spreekt men over leukemie. Kanker op kinderleeftijd komt minder vaak voor dan bij volwassenen, maar is daarom niet minder ingrijpend. Binnen dit doctoraatsproject werd een zeer zeldzame en agressieve vorm van leukemie bij jonge kinderen onderzocht, met name juveniele myelomonocytaire leukemie of JMML.

Elk jaar komen er in België één of twee nieuwe gevallen van JMML bij. Desalniettemin is er op dit moment geen chemotherapie voorhanden. De enige manier om de kinderen te genezen is door middel van stamceltransplantatie, een zware procedure met heel wat bijwerkingen waarvoor ook nog eens een geschikte donor moet gevonden worden. In vergelijking met andere – en vaker voorkomende – vormen van kinderleukemie zijn de overlevingskansen een stuk slechter, want slechts de helft van de patiënten overleeft uiteindelijk de ziekte.

In dit doctoraatsproject werd het RNA onderzocht van 82 kinderen met JMML, meteen de grootste verzameling patiënten die tot nu toe wereldwijd werden geanalyseerd. RNA is het actievere neefje van DNA en verantwoordelijk voor heel wat processen in gezonde en zieke cellen.

In een publicatie in het toonaangevende tijdschrift ‘Blood werd voor het eerst een stuk RNA beschreven dat een zeer belangrijke rol speelt binnen JMML. Het RNA is afkomstig van het gen LIN28B en was reeds bekend in andere vormen van kanker bij kinderen én volwassenen. Interessant hierbij is het feit dat dit gen normaal gezien enkel actief is vóór de geboorte. Na de geboorte wordt het volledig uitgeschakeld, maar in heel wat vormen van kanker wordt het gen vroeg of laat opnieuw aangezet. Precies dat gegeven opent perspectieven voor nieuwe therapeutische toepassingen. De Heilige Graal van de kankertherapie is immers een medicijn te vinden dat enkel zieke cellen aanvalt en de gezonde lichaamscellen met rust laat. Vermits LIN28B alleen actief is in kankercellen, wordt de mogelijkheid voor het ontwikkelen van een specifieke kankertherapie een stuk groter.

Echter, tussen de ontdekking dat een bepaald gen een rol speelt in een specifieke ziekte en het op de markt komen van een geneesmiddel, verstrijken dikwijls heel wat jaren. De functie van het gen in kwestie moet namelijk eerst verder en uitgebreider onderzocht worden. In het tweede artikel dat uit dit doctoraatsproject is voortgekomen zijn de eerste stappen hiervoor reeds gezet. Door LIN28B aan en uit te schakelen in verschillende modelsystemen werd gezocht naar factoren die stroomafwaarts liggen van LIN28B. Daarbij werd specifiek gekeken naar een nieuwe klasse van biologische moleculen, de zogenaamde lange niet-coderende RNA moleculen. Dit heeft geleid tot de beschrijving van de factor H19 als het eerste LIN28B-gereguleerde lange niet-coderende RNA. LIN28B en H19 stonden allebei reeds bekend als belangrijke spelers in zowel de vorming van bloedcellen als kanker, en de nieuwe link tussen beide kan gevolgen hebben voor onderzoek in verschillende domeinen van de wetenschap.

De nieuwe kennis opgedaan in dit doctoraatsproject vergroot enerzijds het biologisch inzicht in JMML, wat belangrijk is voor het ontwikkelen van nieuwe geneesmiddelen. Anderzijds kunnen de resultaten die vergaard zijn tijdens dit doctoraatsonderzoek  de aanzet zijn tot nieuw onderzoek in verschillende takken van de (bio)medische wetenschap. Belangrijk, ook andere onderzoekers kunnen nu vanuit hun eigen perspectief naar onze data kijken, vermits alles publiek beschikbaar werd gemaakt. Op die manier werd opnieuw een klein stukje van de puzzel blootgelegd die nodig is om het gevecht tegen kanker te kunnen winnen.

Dit onderzoek kwam tot stand met de financiële steun van het Kinderkankerfonds van prof. Benoit, de Stichting tegen Kanker en de Koning Boudewijnstichting. De promotoren van het onderzoek waren prof. De Moerloose, prof. Lammens en prof. Van Vlierberghe.