De Mening 2

De Standaard vroeg me om één week lang elke avond een mening neer te pennen over een actueel onderwerp. Dag 2: Abominabel theater.

Oorlog. Politiek theater. Wantrouwen. De protagonisten van het schouwspel laten zich in de centrumsteden weer van hun mooiste kant zien. Ik vraag me soms echt af of dit nu het beste is wat we hebben. Of al die – vaak hogeropgeleide – politici werkelijk geen enkel ander model kunnen bedenken voor maatschappelijke uitdagingen dan modder, gekibbel en partijpolitiek geblaas. Kan het allemaal niet wat beschaafder? Wat kalmer? Wat minder haatdragend? Ja, dat kan, maar blijkbaar alleen als er geen camera’s of microfoons in de buurt zijn.

Ik vertoef als wetenschapscommunicator af en toe in een televisiestudio, meestal die van De Afspraak. Altijd opnieuw val ik achterover van de politieke debatten waar ik noodgedwongen toeschouwer van ben. Gevechtsvliegtuigen, handelsrelaties met Saudi-Arabië, geknoei bij De Lijn. En niet vanwege de inhoud, wel omdat ik elke discussie op één avond steevast twee keer meemaak. Een keer vóór en een keer achter de schermen.

Of het nu gaat om een ‘debat’ tussen links en rechts of een solo-interview met Bart Schols, tijdens de uitzending valt vooral de harde taal op. Vijandschap. Ruzie zoeken. Oneliners. Zelfverdediging. In de foyer bij een pint vallen de maskers heel vaak af. Stapt iedereen uit zijn rol. En volgt dikwijls een amicaal gesprek over het onderwerp in kwestie. In alle rust, vol constructieve denkpistes en mét toegevingen dat er mogelijk fouten gemaakt werden. Aan beide zijden. Sindsdien begrijp ik waarom geheime en discrete onderhandelingen soms zo nodig zijn voor een doorbraak. Omdat ze daar tenminste als volwassenen met elkaar durven te praten.

Wat me het meest frappeert, is dat dat hele theater wordt opgevoerd voor u en ik. Dat rollen met spierballen en grote woorden. Om te tonen aan de achterban hoe onverzettelijk krachtig ze zijn. Maar valt u in katzwijm voor die politieke stoerdoenerij? Ik in ieder geval niet. Dat soort haattaal en verwerpelijk gedrag boezemen me maar weinig vertrouwen in. Is dit waarnaar we op zoek zijn? Praatjesmakers die elkaar het licht in de ogen niet gunnen? Zelfs de politieke discussies aan onze kersttafel zijn doorspekt met haat en het eigen grote gelijk.

Ja, politiek is een spel. Een slecht toneelspel waarvan ik wellicht geen snars begrijp. Maar ik ben niet de enige. En wie het anders wil proberen wordt keihard uit het script geschreven, dat weet ik ook. Daarom dus dat ik me afvraag of dit nu echt het beste is wat we hebben. Of al die kundige en verstandige volksmenners niet samen een stijl en discours kunnen ontwikkelen waarvan we in 2050 beter worden. Niet alleen zijzelf in mei 2019. Alsof we allemaal afstotelijke haattrollen zijn die niet meer zullen stemmen op een beschaafde beleidsmaker, kom zeg.