De Mening 5

De Standaard vroeg me om één week lang elke avond een mening neer te pennen over een actueel onderwerp. Dag 5: Open kantoren zijn gruwelijk.

‘Is uw buur echt zo zuur of is er gewoon te veel lawaai?’, vroeg De Standaard zich gisteren af (DS 25 oktober). Op het werk alvast dat laatste, vrees ik. Ik weet dit: ooit maken onze kleinkinderen een soort Daens over landschapsbureaus. Met toeschouwers die hoofdschuddend de bioscoopzaal verlaten. ‘Ongelooflijk dat die mensen toen zó moesten leven. Dat daar nooit iemand tegen in opstand is gekomen. Mentale terreur gewoon!’ Zou Jan Decleir nog steeds acteren dan?

Open kantoren zijn gruwelijk. Ooit bedacht om communicatie, samenwerking en creativiteit te vergroten. Terwijl in de praktijk elk gesprek wel iemand irriteert. Weet je wanneer zo’n landschapskantoor werkt? Als iedereen er stil is.Als de voornaamste reden waarom die dingen in het leven geroepen zijn, wordt uitgeschakeld. Als elke vorm van afleiding in de kiem gesmoord wordt.

Maar dan kunnen die muren toch gewoon terug? Want sommige deelaspecten van de job vragen uiteraard wel luidop praten en discussiëren. In aparte ruimtes. Verschillende zones met toenemende niveaus van akoestische en andere prikkels, zou dat niet stukken beter zijn? Ik heb een tijdje volgens dat principe gewerkt. Als ik productief wilde zijn, ging ik niet naar kantoor. Dan werkte ik thuis. Sinds kort zit ik in een verademend bureau van vier.

Juist, in het originele concept was er ook nog iets met alle hiërarchische niveaus samen op één werkvloer. Er valt iets voor te zeggen. Maar zitten de meeste leidinggevenden nu niet in een afzonderlijke kubus aan de rand van het open landschap? Omdat zij wél gefocust moeten kunnen werken?

Ik heb me ook laten vertellen dat het oorspronkelijk de bedoeling was, zo vlak na WO II, dat elk landschapsbureau een ontwerp op maat kreeg. Met een akoestische flow en rekening houdend met de diverse rollen die een werknemer kan aannemen door de dag. Dat klinkt heerlijk. Maar gewoon ‘geen muren zetten’ is natuurlijk stukken goedkoper. Ikea-ideologie ook. One size fits all. Zoals gezegd, ik blijf wel thuis dan.

En mag ik in één adem ook nog even naar die stiltewagon vragen, NMBS? Echt niet iedereen heeft behoefte aan kakelende groepjes collega’s, het gedetailleerde opvangen van privégesprekken of de muziek van een ander in je oor. En nee, ik ga daarvoor geen ticket eerste klas kopen. Trouwens, wifi hoeft er zelfs niet te zijn. Lezen en schrijven lukt ook zonder internet. Er mogen wel fietsen bij, die maken toch geen lawaai.

Enfin. Ik ga er een weekje tussenuit. Wandelen in de bossen. Een boek bij de open haard. Rust. Kalmte. Die uitgelaten kinderen in het zwembad en het restaurant neem ik er wel bij. Grote kans dat het de mijne zijn. Het leven is een kwestie van evenwichten vinden, niet?