De Morgen: Een menselijk genie

Column voor De Morgen van 15 maart 2018, naar aanleiding van het overlijden van Stephen Hawking.

screen-shot-2018-03-16-at-12-07-14

Een menselijk genie

Je kunt er ook als niet-fysicus niet omheen: Stephen Hawking betekende iets. Geef toe, als je midden in de nacht komt te overlijden en vóór dag en dauw staan de meest uitgebreide necrologieën nationaal en internationaal online, dan weet je het wel. Voor alle duidelijkheid: dan waren die wellicht al geschreven toen je nog leefde, net zoals dat voor de Britse Queen of Bob Dylan het geval is.

Eén van die levensbeschrijvingen begon met te expliciteren dat hij ook soms fout was. Dat andere wetenschappers zijn theorieën af en toe verbeterd hebben. Natuurlijk, want zo werkt wetenschap nu eenmaal. Wetenschap is geen waarheid die altijd klopt, wel een voortdurende zoektocht naar hoe het in hemelsnaam allemaal in elkaar zit. Ja, ook wie zich aan de grenzen van onze kennis én het universum bevindt, is feilbaar. En gelukkig maar.

Veel aandacht ook voor zijn geboorte- en sterfdag. Geboren exact 300 jaar na het overlijden van Galileo Galilei, gestorven op de verjaardag van Albert Einstein. Die combinatie is toeval natuurlijk. U zou versteld staan hoeveel baby’s er op 8 januari 1942 het levenslicht zagen, en hoeveel daarvan stierven op 14 maart. Maar ook dat toeval moeten we in de wetenschap durven omarmen. Toevallige ontmoetingen, onverwachte waarnemingen en onvoorziene verwondering: ze stuwen wetenschappelijk onderzoek mee vooruit.

Hier en daar kwam toch een ietwat gedesillusioneerde stem voorbij, zonder evenwel afbreuk te doen aan al zijn verwezenlijkingen. Dat zijn werk deel was van een grotere discussie onder collega’s. Dat verhalen over eenzame genieën mythes zijn. En ik kan ze ergens wel volgen, want zelfs met je hoofd in de meest ingewikkelde theorieën bevind je je niet in een vacuüm.

Maar hoe complex zijn onderzoeksdomein ook was, Hawking had de gave om de vertaalslag naar het grote publiek te maken. Vroeg je vóór gisteren aan de man of vrouw in de straat om één levende wetenschapper op te noemen, negen kansen op tien kreeg je zijn naam te horen. Al kan dat laatste ook het gevolg zijn van het feit dat hij zo menselijk was: die verwoestende ziekte maakten hem kwetsbaar, inspirerend en herkenbaar.

En daarmee raken we misschien wel aan de kern van zijn populariteit: dat hij als wetenschapper ook mens was. Want uiteindelijk is wetenschap – naast de voorlopig meest betrouwbare manier om tot kennis te komen – ook ‘maar’ een menselijke activiteit. Tjokvol falen, toeval, pech, verwondering, emotie, inspiratie, onzekerheid en kwetsbaarheid. Ook dat heeft Stephen Hawking ons duidelijk gemaakt, en ook daarom is hij een genie.